Rekenen en rapen
Vierentwintig man/vrouw, recreanten van de Adorpse volleybalvereniging dan wel aanverwant, mochten op vrijdag 15 mei hun jaarlijkse uitje beleven. Dagen, weken lang was het uitmuntend weer geweest en ook die vrijdag leek alle hoop gewettigd dat het tenminste droog zou zijn. Mis poes, om vijf uur begon het te regenen en het bleef maar door stromen.
Maar daarom niet getreurd, een ieder kwam met een stralend humeur aan in Winsum ter plekke van de kanoverhuur. Meer wist ik er ook niet van, maar je kunt er van alles. Ik heb er nog spierpijn van……. Van dat boogschieten, want wij werden ingewijd in de geheimen van het boogschieten. Stel je voor: de hele handel onder een dubbel grote partytent, inclusief een statafel, een instructeur en de benodigde ruimte voor een rijtje van vijf schietende lieden. Dus van enige bewegingsvrijheid was nauwelijks sprake, maar dat mocht de pret niet drukken.
Enige meters verder stond zo’n zelfde tent met daaronder de schijven waarop gemikt diende te worden. Indringende cirkels die per kleur verschilden in te veroveren punten. Wij werden ernstig geïnstrueerd door de kundige meneer, ik ben helaas zijn naam vergeten. Zo mochten wij geen pijlen richten op onze medeschieters, wij moesten laag richten om vooral de tent niet te raken, wij konden maar beter wachten met pijlen ophalen tot iedereen zijn kruit had verschoten enz. Een wijze raad, want het bleek dat de pijlen links en rechts vlogen en soms tot bijna bij het zwembad. Recreanten zijn nu eenmaal enthousiast!
Na een rondje om het onechie, begon de strijd om de eerste plaats. Het was een wonder boven wonder dat vrijwel alle pijlen werden teruggevonden. Voor de enkele die kennelijk te ver het luchtruim hadden gekozen en dus niet te traceren, lagen door een vooruitziende blik reserve pijlen gereed.
In rijen van steeds vijf werden de pijlen de wereld in geslingerd en er bleken ware talenten die een cirkel raakten, hetgeen dus puntjes in het laatje opleverde. Na drie pogingen en alle pijlen verschoten, was het decreet: rekenen en rapen. Dezelfde vijf begaven zich spoorslags, want het goot nog pijpenstelen, naar de overkant teneinde winst en pijlen binnen te halen. De instructeur schreef het vervolgens op, blindelings uitgaand van de betrouwbaarheid van de schieter/teller. De volgende vijf waren aan de beurt en zo jubelden en juichten wij vele rondjes, want tenslotte deed iedereen zijn best.
Een jonge volleybalster zag kans tweemaal door een piepklein kiertje tussen twee borden heen te schieten en dat betekende extra applaus, want dat was een prestatie op zich. Het leverde helaas geen punten op. De een ging al doende vooruit, de ander achteruit en zo bleef het spannend wie de beste zou zijn. Er was uiteindelijk niemand zonder punten, zelfs ondergetekende niet. Henk Niewold wist met de meeste winst richting barbecue te gaan.
Want wij hadden nog meer voor de boeg. Inmiddels was de lekkere trek gestegen tot het pijl Biafra. Dus iedereen stortte zich op de vleeswaren en bijgerechten, die gelukkig binnen gerangschikt stonden, evenals de barbecue. Alleen voor de noodzakelijke peuk diende men zich buitenwaarts te begeven, weliswaar onder een tent, dus we werden niet nat, het kon erger.
De meest interessante onderwerpen kwamen overigens ter sprake, van kruidentuinen tot dna en luchtvervuiling, waarop enkelen zich weer met een noodvaart naar buiten spoeden om hun bijdrage te leveren aan genoemde vervuiling in de vage hoop dat daardoor de aarde wat sneller opgewarmd zal worden opdat wij mooi weer hebben bij het volgende uitje. Ik geef toe, dit is een wrang grapje. Die luttele sigaret zal het hem niet doen en alle beetjes helpen gaat in dit geval op korte termijn ook niet op.
Het was opnieuw een gezellig samenzijn. Het voorgeschotelde ging er in als koek en de meesten zouden rollend naar huis hebben gekund, ware het niet dat men het voertuig al liet rollen. Waaruit opnieuw een conclusie kan worden getrokken: wij hebben het veel te goed……. Waarop gewoonlijk de afgezaagde drogreden wordt gelanceerd ‘je leeft maar één keer, laten we het er maar van nemen’.
Thuisgekomen heb ik me nog maar een borreltje ingeschonken, want mocht ik de volgende keer toch terugkomen, is het maar de vraag of er nog borreltjes bestaan…….

