Houthakkers

Kardinge, zaterdag 6 december 2008. De Pecoma Grizzlies Groningen waren de gastheren van de Kemphanen Eindhoven. De eerste wedstrijd van de competitie, een woord met een forse lading vergeleken met de ‘beker’, alsof het leven opnieuw begint als het ware. Alsof ze eerst maar wat aan geflodderd hadden en nu het echte werk ging beginnen. Was het maar waar…… De beer was wel weer los, maar de Grizzlies niet zoals zou blijken.

Opnieuw werden opgewekt de namen van alle spelers genoemd, doch wat er verscheen? Geen spelers. De namen waren allang bevroren toen de heren het ijs op kwamen. Ik veronderstelde al dat de wedstrijd niet door ging, het viel mee, of tegen achteraf gezien? Dat een en ander niet vast op de schaatsen stond bleek al bij de opkomst, een grote lummel kwam in botsing met een kruimeltje. Beiden belandden plat op het gladde ijs. We konden nog lachen………….

De supporters uit Nordhorn bleken niet aanwezig, evenals de welbekende sirene. Dus ook op de tribune ontbrak nogal wat kleur. Wat wel kleurig was, waren de shirts der Kemphanen, waarover ik al eerder schreef. Helaas was ik mijn zonnebril vergeten.

 

Voor ik het vergeet, Mathieu Blanchard stond in het doel der Groningers. De eerste periode begon met de goede kant op te gaan en een aardige aanval te plegen op het doel der Kemphanen. Echter de zuiderlingen lieten zich ook niet onbetuigd. Er viel een straf voor de Grizzlies en hoewel die een zeer precaire situatie opleverde, liep het goed af. De tweede straf vanwege delaying the game bracht de Kemphanen op voorsprong, 0-1. Dat ‘delaying the game’ vind ik maar een betrekkelijk genoegen. Op zich delayed de scheids the game nog meer door de straf uit te delen. Tel uit je winst, maar goed de regels dienen toegepast, ook als ze geen tijdwinst opleveren. Een powerplay voor de Grizzlies bracht geen punt in het laatje. Het leek of ze lammetjespap hadden gegeten. Wel kansen, niet scoren. Het ontlokte buuv de opmerking ‘stelletje houthakkers’ en ik kon mij daar helemaal in vinden, hoewel de zuiderlingen hen voor boeren aanzien.

Eindelijk zat de puck in het juiste doel, werd hij afgekeurd, helemaal volgens de regels, moet zo’n  houthakker maar niet in de goalcrease staan.

Na veel gedoe en een straf voor de Eindhovenaren, scoorden zij notabene een shorthanded goal, 0-2.  Nog even en ik was in tranen uitgebarsten. Gelukkig voorvoelde Derek Bachynski dat waarschijnlijk (de watersnood was niet te overzien geweest!) en maakte het eerste doelpunt voor de Groningers, geassisteerd door Noel Coultice en Jeroen van Olphen. Nog ruim twee minuten te gaan, waarin geen grote daden meer werden verricht, ook geen kleine trouwens.

 

De tweede periode was nog maar net geboren, 27 seconden oud om precies te zijn, en Eindhoven maakte er 1-3 van, anderhalve minuut later 1-4. Een paar straffen voor de Kemphanen hielpen niets, maar dat komt meer voor. Wel leken de Grizzlies over te stappen naar kunstrijden, er werden leuke pirouetten gedraaid, overigens met vallen en opstaan, maar alle begin is moeilijk. Leuke kansen, leuk gefladder er naast. Over en weer straf en ‘de boer hij prutste voort’. En opeens zag Derek opnieuw het licht en zelfs shorthanded, 2-4 , met behulp van Lance Morrison en Blair Tassone. Nog geen twee minuten later alweer Derek: 3-4, nu met assist van Blair Tassone en Lance Morrison. Kijk dat bedoel ik nou. Dan hoeft het niet eens mooi te zijn wat mij betreft, als ie maar zit! Er werd nog een fikse poging gedaan, maar speler en doel gingen er samen een eindje vandoor en daar bleef het bij. Opnieuw pauze en om af te koelen naar een koud balkon om vervolgens de neus weer op te warmen. Logisch toch?

 

De start van de derde periode was niet florissant. Het kon vriezen, het kon dooien.

Er was iets mis met de puck, nee het bleek het te natte ijs te zijn, dus daar werd rap wat aan gedaan. Een wisser over het glas in handen van een lijnsmeneer bleek wonderen te kunnen doen. Het feest kon daarna weer doorgaan. Nou ja, feest? Een Kemphaan voerde een leuk toneelstukje op, genaamd ‘doodstil op het ijs’ en dat kostte de Grizzlies een straf, waarna de gozer kwiek opstond. Een ernstige belaging van onze Mathieu kwam de Kemphanen duur te staan, ach, wat is nu twee minuten op de eeuwigheid. Powerplay ging weer door de plee. Het spel ging er niet op vooruit, achteruit kon al niet meer. Het enige wat ik er van kon zeggen was: wel hard, maar onbesuisd, en dat schiet niet op. Opnieuw straf betekende 3-5 voor Eindhoven. Af en toe gloorde er een kansje, maar daar bleef het bij. Op een gegeven moment viel de muziek ook weg, maar dat bleek opzet te zijn, het was teveel lawaai. Maar eerlijk, de doodse stilte die daarop volgde, was bijna luguber.

Het enige vermeldenswaardige is slechts de val van Mathieu over zijn eigen doelpaal, echter hij bleef in leven en hernam zijn positie in het doel. Dat hielp niet veel, want in de laatste twee seconden wist Eindhoven nog te scoren. De eindstand werd daarmee 3-6 in het voordeel der Kemphanen.

 

Wat moet ik er van zeggen. Om heel eerlijk te zijn, er was een nog slechtere wedstrijd in het verleden, in Nijmegen. Daar denk ik liever niet meer aan terug, temeer daar het morgen richting Nijmegen gaat.

De fluiterij was alleszins redelijk, dus mij hoor je niet mopperen op de scheids. Laten we eerlijk zijn, als je verliest ben je in het algemeen zeer kritisch richting gezagsdragers op het ijs, want je kunt niets missen immers. Als je op winst staat en er wordt aardig in jou richting gefloten, dan is dat mooi mazzel en hoor je niemand klagen. En natuurlijk, ik weet ook wel dat het gewoon mensen zijn. Echter het is wel een baantje waarbij je boven de partijen dient te staan. Als dat zo is, hoor je mij niet zaniken!

Alsjeblieft Grizzlies uit Groningen, vanavond een beetje meer wakker, minder vallen, minder figuurtjes op het ijs, minder dweilen, meer ijshockey. Bij voorbaat dank!